PFAS, je drinkt het, je gebruikt het en waarschijnlijk kom je er dagelijks mee in aanraking zonder dat je het weet. PFAS is overal om ons heen te vinden. Maar wat is PFAS eigenlijk, waarom wordt er zoveel over gesproken en wat betekent het voor ons drinkwater en onze leefomgeving?
Van handige uitvinding naar milieuprobleem
PFAS is een verzamelnaam voor duizenden verschillende chemische stoffen. Het is dus geen plastic, zoals soms wordt gedacht. De stoffen zijn vooral bekend omdat ze goed bestand zijn tegen water, vet, vuil en hoge temperaturen. Dat maakt PFAS erg handig voor verschillende toepassingen. Zo wordt bepaalde PFAS gebruikt in onder andere antiaanbaklagen, waterafstotende kleding (zoals poncho’s) , verpakkingen en industriële producten. Jarenlang werden deze eigenschappen vooral gezien als een voordeel. Inmiddels is duidelijk geworden dat dezelfde eigenschappen ook voor problemen zorgen.
Veel PFAS breken namelijk nauwelijks af in het milieu. Daardoor kunnen ze jarenlang aanwezig blijven in de bodem en het water. De stoffen kunnen zich bovendien verspreiden en uiteindelijk op verschillende manieren bij mensen terechtkomen. Het RIVM stelt dat mensen PFAS onder andere binnenkrijgen via voedsel en drinkwater. Daarmee is PFAS niet alleen een probleem voor natuur en waterkwaliteit, maar ook een onderwerp dat direct met onze leefomgeving te maken heeft.
Kunnen we ons kraanwater nog gewoon drinken?
Bij het horen van verhalen over PFAS in water kan het misschien logisch zijn om je af te vragen of een glas kraanwater nog wel veilig is. Volgens de Nederlandse overheid is er op dit moment geen reden om te stoppen met het drinken van kraanwater. Drinkwaterbedrijven controleren het water en verwijderen PFAS zo goed mogelijk tijdens het zuiveringsproces. Dat betekent echter niet dat het PFAS-probleem daarmee is opgelost.
Het probleem zit namelijk niet alleen in het water dat uiteindelijk uit onze kraan komt. PFAS komt op verschillende manieren in het milieu terecht en een deel daarvan zit al in de bodem en in oppervlaktewater. Daardoor blijft het een uitdaging om de hoeveelheid PFAS in onze leefomgeving laag te houden. Het RIVM heeft bovendien berekend dat PFAS, zelfs wanneer de uitstoot volledig zou stoppen, nog tientallen jaren in rivieren zoals de Rijn en de Maas aanwezig kan blijven.
PFAS komt ook vanuit de landbouw
De discussie over PFAS gaat de laatste tijd niet alleen meer over fabrieken en consumentenproducten. Ook de landbouw krijgt ermee te maken. De Inspectie Leefomgeving en Transport, de ILT, waarschuwde voor PFAS in bepaalde bestrijdingsmiddelen. Volgens de inspectie komt er jaarlijks naar schatting 21.000 kilo TFA via pesticiden in het water terecht. TFA is een PFAS-stof die onder andere kan ontstaan bij de afbraak van bepaalde bestrijdingsmiddelen.
Dat zorgt voor een lastig dilemma. Aan de ene kant willen overheden en milieuorganisaties voorkomen dat er nog meer PFAS in het milieu terechtkomt. Aan de andere kant gebruiken boeren bepaalde bestrijdingsmiddelen om hun gewassen te beschermen. Als deze middelen worden verboden of minder gebruikt mogen worden, kan dat gevolgen hebben voor de manier waarop boeren hun gewassen verbouwen. Onder andere bij de aardappel kweking wordt gekeken naar de mogelijke gevolgen van strengere regels en de beschikbaarheid van alternatieven.
Waarom wordt PFAS dan nog gebruikt?
Een logische vraag is waarom stoffen die zo moeilijk afbreken nog steeds worden gebruikt. Daar is geen simpel antwoord op. PFAS heeft eigenschappen waarvoor in sommige toepassingen nog geen eenvoudig alternatief bestaat. Voor bepaalde producten en industriële processen zijn de stoffen lange tijd belangrijk geweest vanwege hun weerstand tegen water, vet, hitte en chemicaliën.
Tegelijkertijd neemt de druk toe om het gebruik van PFAS zoveel mogelijk te beperken. Nederland werkt samen met andere Europese landen aan strengere Europese regels voor PFAS. Daarbij wordt gekeken naar een brede beperking van de stoffen, met uitzonderingen voor toepassingen waarvoor nog geen geschikt alternatief bestaat. De discussie gaat daardoor niet alleen over de vraag óf PFAS moet worden beperkt, maar ook over welke toepassingen nog noodzakelijk worden gevonden en hoe snel alternatieven beschikbaar kunnen komen.
Greenpeace wil strengere maatregelen
Milieuorganisatie Greenpeace is kritisch op het huidige PFAS-beleid en pleit voor strengere maatregelen. Volgens Greenpeace moet het gebruik van PFAS zoveel mogelijk worden teruggedrongen om verdere vervuiling van het milieu te voorkomen. De organisatie voert daarom campagne voor strengere regelgeving.
Greenpeace is een milieuorganisatie met een duidelijk standpunt en voert campagne. Het RIVM houdt zich bezig met onderzoek en gezondheidskundige informatie, terwijl drinkwaterbedrijven verantwoordelijk zijn voor de productie en kwaliteit van drinkwater. Ook de landbouw en industrie hebben belangen in de discussie. Door deze verschillende perspectieven naast elkaar te zetten, wordt duidelijker waarom het PFAS-probleem zo ingewikkeld is.
Het probleem blijft nog jaren bestaan
Misschien wel het lastigste aan PFAS is dat het probleem niet verdwijnt zodra het gebruik wordt verminderd. PFAS dat al in het milieu terecht is gekomen, blijft daar lange tijd aanwezig. Het RIVM heeft onderzocht dat PFAS bij een volledige stop van de uitstoot nog ongeveer dertig jaar in de Rijn en Maas aanwezig kan blijven.
Dat betekent dat de keuzes die nu worden gemaakt niet alleen gevolgen hebben voor de komende jaren, maar ook voor de langere termijn. Zelfs wanneer nieuwe uitstoot sterk wordt beperkt, blijft de vervuiling uit het verleden nog aanwezig. Nederland staat daardoor voor de vraag hoe het bestaande probleem moet worden aangepakt en hoe nieuwe vervuiling kan worden voorkomen.
Wie is uiteindelijk verantwoordelijk?
PFAS maakt duidelijk hoe moeilijk het kan zijn om een milieuprobleem terug te draaien wanneer een stof jarenlang op grote schaal is gebruikt. De stoffen zijn ooit ontwikkeld omdat ze ontzettend handig waren. Inmiddels weten we dat ze zich moeilijk laten afbreken en zich door onze leefomgeving kunnen verspreiden.
De discussie gaat daarom verder dan alleen de vraag of PFAS schadelijk is. Het gaat ook over verantwoordelijkheid. Wie moet ervoor zorgen dat er minder PFAS in het milieu terechtkomt? Wie betaalt voor het schoonmaken van vervuild water en vervuilde grond? En hoe wegen we de voordelen van PFAS af tegen de gevolgen voor het milieu?
Voorlopig zijn die vragen nog niet allemaal beantwoord. Eén ding is wel duidelijk: PFAS verdwijnt niet zomaar. Wat jarenlang als een handige chemische oplossing werd gebruikt, is daardoor uitgegroeid tot een probleem waar Nederland en de rest van Europa nog lange tijd mee te maken zullen hebben.