
Het plan om alle kinderen te vestigen op reguliere scholen zorgt opnieuw voor problemen. Geen passende lesmethodes, geen stabiele financiering, lerarentekort en nog meer problemen bij het ondersteunend onderwijs, meldt de NOS. Al jarenlang worstelt het ondersteunend onderwijs met de regels van de overheid.
Onderzoeksjournalisten van De lichtstrijders melden dat de Nederlandse overheid het ‘rugzakjessysteem’ begin jaren 2000 introduceerde. Dit hield in dat een reguliere school meer financiering kreeg voor de leerlingen die extra hulp nodig hadden. Dit plan bleek echter onuitvoerbaar, omdat blijkt dat die extra financiering vaak terechtkwam in het algemene schoolpotje en er verder geen extra hulp aangeboden werd voor de leerlingen die dat nodig hebben. Het speciale onderwijs werd hierdoor erg druk en in 2014 besloot de overheid het systeem af te schaffen en het ‘passend onderwijs’ te introduceren. Een systeem dat ook nu nog veel problemen kent. En toch wil de overheid in 2035 terug naar het rugzaksysteem.
Problemen bij het passend onderwijs
Het passend onderwijs is een systeem dat geïntroduceerd is in 2014. Het is onder meer de regeling voor het speciaal onderwijs (SO), speciaal basisonderwijs (SBO), voortgezet speciaal onderwijs (VSO) & andere samenwerkende scholen, dit vermeldt het OCO. Sinds het begin in 2014 zijn er grote problemen. De NOS meldt dat lang niet alle scholen passende lesmethodes aanbieden, wat betekent dat een 16‑jarige leerling oefeningen doet uit een groep‑3‑boekje. De leerlingen voelen zich hierdoor klein en niet begrepen. De NOS meldt ook dat de overheid niet genoeg financiering biedt voor het passend onderwijs en dat ook niet van plan is om te doen. Het ministerie van Onderwijs schrijft in een reactie het volgende: “Het probleem is bij ons bekend, schoolboeken voor blinden en slechtzienden worden wel aangepast.”
Speciaal onderwijs of toch passend in het regulier?
Ook voor het beroepsonderwijs is geen passende oplossing voor studenten die baat hebben bij extra begeleiding. MBO‑student ‘Clemence’ van het Mediacollege Amsterdam zat op het voortgezet speciaal onderwijs (VSO) en nu op een regulier mbo: “Op het VSO zijn de klassen kleiner en is er meer rust, daarnaast kan je met meer bevoegde mensen praten. Je moet hier op het mbo harder werken voor hulp en begeleiding, terwijl dat op het speciaal onderwijs meer vanzelfsprekend is. De overheid moet meer ondersteuning voor geven zodat wij ook na het VSO goede kansen hebben. De overgang is voor velen veel te zwaar en die belanden meestal na een jaar alweer thuis.”